Een Germaanse winter

logo.ensafh

Van alle takken aan de Indo-Europese taalboom beschikt de Germaanse als enige over een geheel eigen woord voor het koude jaargetijde. Waar de anderen een vorm van het oude hei-m- hebben, zoals Grieks kheîma ‘winter, winterweer, storm’, Oudiers gaim ‘winter’ en Oudindisch himá- ‘vorst, sneeuw, winter’ (ook in Himālaya), gebruiken de Germaanse talen allemaal een vorm van winter. Wat is hier aan de hand? Waar komt het vandaan? Hier volgt een frisse, nieuwe blik op een eigenaardig woord.

Lês fierder by Taaldacht

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *