Geen vorm (“Waarop lijkt een gedicht nog?”) – Gedachten bij het vrije vers, het prozagedicht en het instituut

logo.ensafh

In 1917 ontkent T.S. Eliot het bestaan van het vrije vers. ‘Het wordt aangenomen,’ schrijft hij, ‘dat het vrije vers bestaat.’ Die illusie moet de wereld uit. Als het vrije vers bestaat, als het een werkelijke vorm is, moet er, stelt hij, een positieve definitie van bestaan. ‘En ik kan het enkel negatief definiëren als (1) afwezigheid van patronen, (2) afwezigheid van rijm of (3) afwezigheid van metrum.’

Lês fierder by Roelof ten Napel 

Facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *