De Germaanse hexameter

logo.ensafh

Sinds het begin van de jaren negentig heeft onze letterkunde een surge meegemaakt van vertalingen van epische poëzie uit de Oudheid. Aanleiding onder beoefenaars van de literatuurwetenschap voor nogal wat discussie over de voorwaarden waaraan de Germaanse hexameter moet voldoen om voldoening te schenken. Ik heb die literatuur de laatste dagen doorgewerkt (via de verwijzingen van Marc van Oostendorp) en er het nodige van opgestoken. Maar echt bevredigd werd ik niet door alle acrobatiek met dactylussen, jambes, trocheeën en spondeeën. De reden is dat het Nederlandse vers, naar mijn vaste overtuiging, geen versvoeten kent zoals het klassieke. Nederlandse dichters kunnen hun versregels laten dansen door over het patroon van hoofd- en bijklemtonen en zwaardere en minder zware zinsaccenten van hun tekst een eigen patroon van versaccenten te leggen.

Lês fierder by Jos Houtsma op Neerlandistiek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *