Ik las achter elkaar twee stukken over dichtkunst. In de boekenkatern van NRC Handelsblad worden de bundels van de vijf kandidaten voor de VSB Poëzieprijs 2012 besproken. Intuïtief vond ik het meteen nogal verbijsterend wat de scribent daar schijnbaar over de poëzie van Willem Jan Otten neerzet. Hoe meer ik erbij stilsta des te (artistiek) dommer en kwalijker ik de erin en ermee geëtaleerde houding vind.
Dit zegt hij over (zichzelf en) Otten: ‘Ik bewonder zijn fijngeslepen retorica en meeslepende toon, maar het is koude bewondering. Hier diept iemand zijn relatie uit met wat in wezen een zinsbegoocheling is, en dat wringt.’… Lês fierder