Drenthe heeft het imago van een rustige, bedeesde en bedaagde provincie waar zelden iets gebeurt en mensen wonen met een bescheiden, zwijgzaam en in zichzelf gekeerd karakter. Maar zoals wel vaker is het imago slechts buitenkant, slordig geboetseerd door lieden die veel op een hoop gooien en daarna gehaast met de oogkleppen scheef op de kop verder het bos in trekken.
Ik schrijf dit na lezing van het voorwoord in het winternummer van het Drents Letterkundig Tiedschrift Roet, waarin de oprichter van het blad ervan wordt beticht Drèentstaolige literatoren te mobiliseren in actie te komen om datzelfde Roet te redden. Waarvan?… Lês fierder