Een stoet van eenzame wandelaars trekt al jaren voorbij in het werk van Anne Feddema. Ze lijken hun eigen besognes te zijn ontvlucht of zomaar te zijn weggelopen uit een verre pruikentijd. Van Mozart tot Messiaen, van Kurt Schwitters tot Johann Wolfgang von Goethe met een paar nietige lijntjes tekenen hun contouren zich af tegen de weidse uitgestrektheid van de natuur. Zij trekken de paden op en de lanen in. Ongestoord en ogenschijnlijk door iedereen vergeten, geven ze zich over aan de overpeinzingen van een eenzame wandelaar. Soms lijkt het schilderij puur een decor van verf geworden, een kleurrijk vlak, dat zich plot seling verwijdt in een atmosferisch verschiet met een kleine torenspits in de verte, of ineens openbreekt in een wazige lichtkoepel, waarin zonnestralen tussen de bladeren vallen.… Lês fierder