Het is op zijn minst merkwaardig dat de Gysbert Japicx-winnaar een zogenaamd experimenteel schrijver is. Hoe vernieuwend is de experimentele roman heden ten dage immers nog? De Friese literatuur heeft echter een opvallend segment van zogenaamde experimentele literatuur, dat in bijvoorbeeld de Nederlandse literatuur niet (meer) in zo’n hoog aanzien staat als hier. Dat is opmerkelijk. Is het een teken dat de Friese literatuur toch niet zo volwassen is als zij na 1945 en de bining ferbrutsen [1], altijd heeft gezegd? Of is het een specifieke reactie op juist die literaire cultuur? Misschien is het antwoord de eerste optie, maar de tweede optie is interessanter.… Lês fierder







